Hoe overtuig je je (oudere) collega om nieuwe technologieën in te zetten? | 10 tips

oldtimer-1010805_640Er bestaat een hardnekkig vooroordeel dat oudere collega’s niet of nauwelijks belangstelling hebben voor moderne, digitale middelen en ‘dus’ ook geen zin hebben zich erin te verdiepen. Die veronderstelling is wellicht gedeeltelijk gebaseerd op de mythe over digital natives en digital imigrants. Jongeren zijn van kinds af aan vertrouwd met digitale middelen en ouderen, de immigrants, moeten zich het allemaal  nog eigen maken. Toch geloof ik hier niet in. Naar mijn mening is de basis interesse en de daaruit voortvloeiende motivatie om je kennis en vaardigheden over nieuwe technologieën eigen te maken. Ik vind dat ik, als ‘oude knar’, recht van spreken heb.

Ik zie dat mijn generatiegenoten (60+) over het algemeen minder interesse hebben om met al die prachtige, nieuwe mogelijkheden om te gaan. Ze zijn wat terughoudender, weten dat niet elke vernieuwing direct een verbetering hoeft te zijn en wachten op de eerste succeservaringen bij anderen. Ze richten zich meer op de inhoud van het vak en minder op de middelen. Geen technologie om de technologie.

Toch is het soms wel nodig om de oudere, ervaren leerkrachten een duwtje in de rug te geven, zodat ze in ieder geval kennismaken met nieuwe technologieën. Dan kunnen ze vervolgens zelf beoordelen of ze die zinvol kunnen inzetten in hun lessen.

En als je, net als ik, collega’s op een studiemiddag of nascholingsdag laat kennismaken met allerlei nieuwerwetsigheden, is er een aantal aandachtspunten om de bijeenkomst tot een succes te maken. Bekijk onderstaande tips eens goed voordat je vol enthousiasme gaat proberen die ‘oudere collega’ over de streep te trekken.

Tip 1: Onderbouw je verhaal

Niets is irritanter dan een schoolmeester die oreert over allerlei prachtige praktijkverhalen. Je hoeft alleen maar zijn succesverhaal aan te horen en als je de ruimte verlaat ben je alles weer vergeten. Ervaren leerkrachten hebben vaak een goede theoretische achtergrond en zijn in staat je verhaal te toetsen aan de theoretische onderbouwing. Zorg voor die onderbouwing, zodat je verhaal beter beklijft.

Tip 2: Ervaring is de beste leermeester

Veel workshops zijn in feite alleen maar presentaties. Op veel studiedagen zie ik ‘workshops’ waar het publiek drie kwartier of langer passief toehoort.

Bied  een actieve werkomgeving. Laat je collega’s ervaren wat de nieuwe technologie inhoudt en wat die kan betekenen. Geef praktijklessen: hands on. Dan kunnen ze zelf afwegen wat bij ze past. Geef ruimte voor het uitwisselen van ervaringen.

Tip 3: Anekdotisch

Vertel niet alleen wat een toepassing voor hun leerlingen kan betekenen (bla, bla, bla), maar geef duidelijke voorbeelden van de manier waarop je een toepassing hebt gebruikt. Toon bijvoorbeeld filmpjes of producten van good practices

Tip 4: Nuanceer

Verzuim vooral niet te vertellen wat leerlingen ervan vinden. Zowel positief als negatief. Dat schept de nuance. Door positieve én negatieve ervaringen te benoemen kun je verwachtingen bijstellen en je collega’s zelfs voorbereiden op een teleurstelling

Tip 5: Neem de tijd

Overlaad je collega’s niet met een stortvloed aan ideeën. Doseer zorgvuldig, plan eventueel meerdere bijeenkomsten. Mythe of niet, oudere mensen leren nu eenmaal niet zo flitsend als jonge studenten. Geef ze de tijd om zich de technieken eigen te maken en bruikbaarheid af te wegen.

Tip 6: Naslag

Een knoppencursus is vaak ideaal om snel een toepassing te verkennen. Na een hele studiemiddag knoppen drukken is het geheugen vaak meer dan verzadigd. Dan is het altijd handig om te kunnen naslaan waar welk knopje ook alweer zat en waar het voor diende.

Tip 7: Gemak dient de mens

Niets is overtuigender dan een succeservaring. Bied een toepassing aan waarmee je snel een invullesje kunt maken, een multiple choicetoets kan laten nakijken, ….

Tip 8: Geef unieke voorbeelden

Een van de meestvoorkomende opmerkingen van oudere leraren over technologie is: ‘Prima, maar dat kan ook zonder, namelijk met  … ‘ Als je voorbeelden van technologie aanbiedt die verder gaan dan wat er nu al mogelijk is, heb je meer kans om ze enthousiast te krijgen. Wijs bijvoorbeeld op de mogelijkheden om samen te werken met behulp van Google Apps.

Tip 9: Doelen voor korte en lange termijn

Na afloop moet je collega zelf aan de slag gaan. Een SMART plan is natuurlijk ideaal. Zorg voor doelen op korte termijn en lange termijn. Niet alles hoeft direct een succes te worden.

Tip 10: Zorg dat alles werkt

Ik kan het niet genoeg benadrukken. Controleer alles van te voren grondig: software aanwezig? Werkt de wifi? Plug ins? Kabeltjes?  Niets is zo demotiverend als falende techniek en een zwetende trainer.

Na het lezen van deze lijst met tips denk je misschien: moeten alle studiemiddagen aan al die eisen voldoen?  Ja, dat zou misschien moeten. Het is nu eenmaal zo dat je dan meer kans hebt een groepje aan te treffen dat uitziet naar je komst, nieuwsgierig is naar nieuwe mogelijkheden. Ze zullen kritisch zijn, maar als jij ze ervan hebt kunnen overtuigen dat in je aanbod minimaal één winstpunt zit, dan is je bijeenkomst geslaagd.

PS. Sommige jonge collega’s kunnen ook heel goed een middagje digitale bijscholing gebruiken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s